Flowchart

Flowchart


Flowchart Symbolen & Uitleg

LINKER KOLOM:

  1. START / EIND (Ovaal)

    • Uitleg: Dit symbool geeft het startpunt of het eindpunt van het stroomdiagram aan. Elk diagram moet minstens één start en één einde hebben.

  2. PROCES (Rechthoek)

    • Uitleg: Vertegenwoordigt een actie, bewerking, taak of berekening die wordt uitgevoerd binnen het proces. Dit is het meest gebruikte symbool.

  3. INVOER / UITVOER (Parallellogram)

    • Uitleg: Toont gegevens die het proces binnenkomen (invoer/input) of gegevens die het proces verlaten (uitvoer/output).

  4. BESLISSING (Ruit)

    • Uitleg: Geeft een punt in het proces aan waar een keuze moet worden gemaakt. Er komt één lijn binnen, en er gaan meerdere lijnen uit (meestal twee), gebaseerd op het antwoord op de vraag (bijvoorbeeld "JA" en "NEE").

  5. VERBINDER (Kleine Cirkel)

    • Uitleg: Een verbinder op dezelfde pagina. Het koppelt verschillende delen van een stroomdiagram aan elkaar om rommelige, lange lijnen te voorkomen, zolang het op dezelfde pagina blijft.

RECHTER KOLOM:

  1. SUBROUTINE (Zeshoek) (In de afbeelding staat dit symbool twee keer met dezelfde betekenis)

    • Uitleg: Verwijst naar een vooraf gedefinieerd proces of een subroutine die elders (in een ander diagram) gedetailleerd is uitgewerkt.

  2. FLOWLIJN (Pijl)

    • Uitleg: Geeft de richting en de volgorde van de processtroom aan. Het verbindt de symbolen met elkaar.

  3. VERWIJZING BUITEN PAGINA (Cirkel met een kruis/plus)

    • Uitleg: Een verbinder die aangeeft dat het stroomdiagram verdergaat op een andere pagina of een ander tabblad.